Nederland
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Nederland | |||
|
|||
| Basisgegevens | |||
| Officiële landstaal: | Nederlands[1] | ||
| Hoofdstad: | Amsterdam[2] | ||
| Regeringsvorm: | constitutionele monarchie - parlementaire democratie | ||
| Staatshoofd: | Koningin Beatrix | ||
| Regeringsleider: | Jan Peter Balkenende | ||
| Religie: | 27,0% rooms-katholiek, 15,7% protestant, 1,0% overig christelijk, 5,7% moslim, 2,3% overige religies, 48,2% geen gezindte (2005[3]) (lees verder) | ||
| Oppervlakte: | 41.528 km² [4] (18,41% water) | ||
| Inwoners: | 16.105.285 (2002[5]) 16.428.360 (2008[6]) (395,6/km² (2008)) |
||
| Bijv. naamwoord: | Nederlands | ||
| Inwoneraanduiding: | Nederlander | ||
| Overige | |||
| Motto: | Je maintiendrai, Nederlands: Ik zal handhaven | ||
| Volkslied: | Wilhelmus | ||
| Munteenheid: | Euro (EUR) |
||
| UTC: | +1 (zomer +2) | ||
| Nationale feestdag: | 30 april (Koninginnedag), 5 mei (Bevrijdingsdag), |
||
| Web | Code | Tel. | .nl | NLD | +31 | ||
| Voorgaande staten | |||
| ← |
1830 (Belgische Revolutie) | ||
| Topografie | |||
|
|||
Nederland is een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het ligt op het vasteland van West-Europa, wordt in het westen en noorden begrensd door de Noordzee, langs de oostgrens door Duitsland en in het zuiden door België. De hoofdstad van het land is Amsterdam (wettelijk pas sinds 1983), de regeringszetel is Den Haag. Nederland is verdeeld in twaalf provincies.
Inhoud |
Algemeen
Naam
Het huidige Nederland bestaat pas sinds 1830, na de afscheiding van België. Daarvoor werden er verschillende namen gebruikt om het huidige land of voorlopers daarvan aan te duiden, zoals de Lage Landen (in het Frans Pays-Bas), de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, de Bataafse Republiek en het Koninkrijk Holland in de Franse tijd. Dit heeft tot gevolg dat verschillende namen voor Nederland worden gebruikt:
- Variaties van "Nederland", zoals The Netherlands in het Engels (letterlijk: de Nederlanden)
- Variaties van "Holland" (het graafschap Holland was lange tijd dominant)
- Als bijvoeglijk naamwoord: Dutch in het Engels (afgeleid van Diets)
Vlag
De vlag bestaat uit drie horizontale banen van gelijke hoogte in de kleuren rood, wit en blauw. De vlag dateert uit 1579, toen de onafhankelijkheid van Nederland werd uitgeroepen en werd officieel goedgekeurd in 1796 en bevestigd als nationaal embleem in 1937.
Het wit en blauw zijn de livreikleuren van het Franse vorstendom Orange, waar het Huis Nassau, het latere Nederlandse koningshuis, mee verbonden raakte (zie René van Chalon). Het rood was oorspronkelijk oranje, naar de naam van het vorstendom, maar werd in de loop van de 17e eeuw vervangen door vermiljoenrood, dat tijdens zeeslagen makkelijker te herkennen was. Op feestdagen die te maken hebben met het koningshuis of tijdens diplomatieke reizen naar het buitenland wordt ook wel een oranje wimpel boven de vlag gehangen. Verder wordt het oranje gebruikt als nationale herkenningskleur.
Wapen
Het wapen van het Koninkrijk der Nederlanden is oorspronkelijk in 1815 ontworpen en in 1907 aangepast. Het geblokte schild met een leeuw, zwaard en pijlen is het heraldisch symbool van de Koningin en het Land.
Volkslied
Het Wilhelmus is het volkslied sinds 10 mei 1932. Daarvoor was van 1817 (met uitzondering van een gat van 1832 tot 1833) Wien Neêrlands bloed het volkslied.
Bestuurlijke indeling
Nederland is onderverdeeld in de volgende twaalf provincies met de volgende hoofdsteden:
| Vlag | Provincie | Bevolking | inw./km² | Hoofdstad |
|---|---|---|---|---|
| Groningen | 575.234 | 246 | Groningen | |
| Friesland | 642.998 | 192 | Leeuwarden | |
| Drenthe | 483.173 | 183 | Assen | |
| Overijssel | 1.109.250 | 333 | Zwolle | |
| Flevoland | 365.301 | 257 | Lelystad | |
| Gelderland | 1.970.865 | 396 | Arnhem | |
| Utrecht | 1.171.356 | 845 | Utrecht | |
| Noord-Holland | 2.595.294 | 972 | Haarlem | |
| Zuid-Holland | 3.452.323 | 1225 | Den Haag | |
| Zeeland | 380.186 | 212 | Middelburg | |
| Noord-Brabant | 2.415.945 | 491 | 's-Hertogenbosch | |
| Limburg | 1.135.962 | 528 | Maastricht |
Deze provincies zijn weer onderverdeeld in 443 gemeenten.
Geschiedenis
Het navolgende overzicht geeft een beknopte schets, in hoofdzaak ontleend aan een cursus voor buitenlandse uitwisselingsstudenten gegeven aan de Universiteit van Amsterdam in de jaren 2000-2005.[7] Nadien zijn er andere, min of meer vergelijkbare moderne overzichten gekomen voor het lager en middelbaar onderwijs in Nederland.
Historische staatsvormen
Nederland is een van de West-Europese constitutionele monarchieën, maar het heeft als zodanig nog geen lange traditie. Het was echter wél, voorafgegaan door onder andere Venetië, een van de eerste landen die de republiek als staatsvorm hadden. Hoewel de stadhouders uit het Huis Oranje-Nassau tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden streefden naar vorstelijke macht en aanzien, werd Nederland pas in de Franse tijd in 1806 het Koninkrijk Holland onder Lodewijk Napoleon, een broer van Napoleon Bonaparte. In 1810 werd dit koninkrijk opgeheven omdat Bonaparte vond dat zijn broer een te onafhankelijke koers voer; Nederland werd geheel geannexeerd door Frankrijk. Hieraan kwam effectief een eind in 1813, na de val van Bonaparte en de terugkeer in Nederland van de erfprins van Oranje, Willem Frederik, als heimelijk door de Engelsen gesteunde nieuwe koning Willem I. Pas in 1815 werd met een nieuwe grondwet formeel het Koninkrijk der Nederlanden uitgeroepen. Het Huis Oranje-Nassau werd dus pas in de 19e eeuw het Nederlandse koningshuis.
|
|
Klik op een van de gekleurde balken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Gouden Eeuw
Voor de ontwikkeling van het moderne Nederland zijn met name twee historische tijdvakken sterk bepalend geweest. Het eerste was de Gouden Eeuw, beginnend met en dus inclusief de Tachtigjarige Oorlog van 1568 tot 1648. De uitkomst van deze onafhankelijkheidsstrijd was een sterke en zelfbewuste nieuwe natie, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, gevestigd op het protestantse geloof en een federatieve, meer gedemocratiseerde, republikeinse staatsvorm, die voor het Europa van die tijd een volstrekt novum was. Nederland werd een internationaal zeer gerespecteerde handelsnatie, waar het centrum van de wereldhandel was gevestigd. Kunst en wetenschap bloeiden in het spoor van de economische voorspoed. Als zeevarende mogendheid was Nederland een wereldmacht en had het in de VOC en later ook de WIC de eerste multinationals, waarvan de aandelen verhandeld werden op de eerste aandelenbeurs ter wereld, Amsterdam. Deze compagnieën bouwden een wereldwijd handelsimperium op en hadden daarbij eigen bestuurlijke bevoegdheid en militaire macht.
19e eeuw
In de 19e eeuw vonden grote veranderingen plaats, om te beginnen op staatkundig en politiek vlak. Na de Franse tijd werd Nederland in 1815 een deel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als constitutionele monarchie onder koning Willem I.
Bij het Congres van Wenen werd het gezamenlijk grondgebied van Nederland, België en Luxemburg officieel aan het Koninkrijk toegewezen, hoewel Luxemburg als deel van de toenmalige Duitse Bond met Nederland verenigd was door middel van een personele unie.
In 1830 scheidde België zich van Nederland af en werd een zelfstandig koninkrijk. De provincies Limburg en Luxemburg werden bij deze splitsing opgedeeld, waarbij gelijknamige Belgische provincies ontstonden. Luxemburg werd een zelfstandig hertogdom, dat echter tot aan de dood van koning Willem III in 1890 in personele unie met Nederland verbonden was.
Onder druk van opstanden in het buitenland werd de grondwet in 1848 verder gedemocratiseerd en gemoderniseerd door Johan Rudolf Thorbecke, waarmee de monarchie haar huidige status kreeg.
In 1853 herkregen de katholieken, die al die tijd nog een groot deel van de bevolking uitgemaakt hadden, hun rechten. Aan het eind van de eeuw waren naast de oude liberale partij van Thorbecke ook een socialistische, een protestantse Anti-Revolutionaire Partij en een Roomsch-Katholieke Staatspartij in het parlement vertegenwoordigd. Zo ging Nederland de moderne tijd binnen, die behalve door de groeiende verzuiling in het bijzonder door de snel voortschrijdende industrialisatie werd gekenmerkt. Onder meer in Twente en en Noord-Brabant kwamen nieuwe industriesteden op.
Inmiddels was Nederland voluit een koloniale mogendheid geworden en vergrootte het daardoor zijn welvaart aanzienlijk, waaraan vanaf 1830 met name werd bijgedragen door de invoering en rigoureuze toepassing van het cultuurstelsel in Nederlands-Indië.
Na de afschaffing daarvan in 1870 werden weer nieuwe koloniale voordelen geschapen door de Agrarische Wet en de Suikerwet.
Het grondgebied van de kolonie werd bovendien verdrievoudigd vanaf 1861. Zo werden de grote eilanden Sumatra, Borneo en Celebes geheel of verder veroverd, evenals de eilandenreeks van Bali tot en met West-Timor en tenslotte kwam ook westelijk Nieuw-Guinea onder Nederlandse controle. Uiteindelijk bezat Nederland van 1920 tot 1942 het gehele grondgebied van het huidige Indonesië.
De aldus gestegen welvaart ging gepaard met een grote opbloei van kunsten en wetenschappen. De periode vanaf 1876 wordt ook wel de Tweede Gouden eeuw van de Nederlandse natuurwetenschap genoemd. Nederland bracht in het eerste kwart van de twintigste eeuw het opmerkelijke aantal van vijf Nobelprijswinnaars in de natuurwetenschap voort, terwijl ook de beoefening van de biologische en medische wetenschap, alsook van de sterrenkunde bloeiden. (Zie Lijst van Nederlandse Nobelprijswinnaars.) Aan de opbloei van de B-vakken was sterk bijgedragen door de instelling van een nieuwe vorm van middelbaar onderwijs door Thorbecke, de Hogere Burgerschool (H.B.S.). Ook de kunsten (muziekleven, schilderkunst, architectuur, literatuur) bloeiden op in de periode 1880-1920, de tweede gouden eeuw (die slechts enkele decennia duurde).
20e eeuw
In 1891 ontwierp ir. Cornelis Lely het eerste plan voor de afsluiting van de Zuiderzee. De watersnood van 1916 maakte de geesten rijp voor het megaproject. In 1920 werd een begin gemaakt met de uitvoering van de Zuiderzeewerken, die vervolgens een halve eeuw in beslag zouden nemen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog leed het onder vijf jaar Duitse bezetting.
Bij de Duitse aanval op Nederland werd Rotterdam gebombardeerd, waarbij het centrum bijna geheel verwoest werd.
Ruim 100.000 van de 140.000 Nederlandse joden werden tijdens de oorlog door het Duitse regime vermoord, een zeer hoog percentage slachtoffers in vergelijking met andere door de Duitsers bezette landen.
Na de oorlog begon, met behulp van de Marshallhulp uit de Verenigde Staten van Amerika, de wederopbouw, die binnen twee decennia tot grote welvaart leidde en waardoor Nederland een modern, geïndustrialiseerd land werd. Tegelijkertijd deed Nederland geleidelijk afstand van zijn positie als koloniale macht. Tegen de Indonesische onafhankelijkheid, een opstandig streven tijdens en direct na de oorlog sterk geworden, had Nederland zich aanvankelijk hevig verzet. Het voerde in Indië zogenaamd politionele acties om de opstand neer te slaan, maar in werkelijkheid betrof het grootschalige en gewelddadige militaire operaties. Nederland slaagde er echter niet in de Indonesiërs te verslaan, en mede vanwege internationale druk van vooral de Verenigde Staten, accepteerde Nederland op 27 december 1949 de Indonesische onafhankelijkheid. De kurk waarop de vooroorlogse welvaart voor een groot deel had gedreven raakte daarmee aan het 'moederland' ontvallen, definitief na de zogenoemde Zwarte Sinterklaas van 1957.
De economische wereldcrisis van de jaren dertig en de daarop gevolgde Tweede Wereldoorlog had in Nederland al tijdens en direct na de oorlog de geesten rijp gemaakt voor sterkere economische en politieke samenwerking met de buurlanden. In 1951 was Nederland medeoprichter van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), welke uiteindelijk uitgroeide tot de Europese Unie. Al eerder (in 1944) waren Nederland, België en Luxemburg een onderlinge samenwerking begonnen onder de naam Benelux, aanvankelijk als douane-unie, later (in 1958) als economische unie.
In 1953 werd Nederland getroffen door een watersnood. Als reactie hierop werden de Deltawerken met onder meer de Oosterscheldekering (voltooid in 1986) en de Maeslantkering (voltooid in 1997) gebouwd.
In 1959 werd te Slochteren een der grootste voorraden aardgas in Europa aangetroffen, het aardgasveld van Slochteren. Dit betekende een keerpunt in de naoorlogse economische ontwikkeling van het land. Mede hierdoor konden de kolenmijnen in Limburg, een vroegere binnenlandse motor van de economie, gesloten worden.
In 1986 kreeg Nederland er een twaalfde provincie bij: Flevoland. De aanleg van polders in de voormalige Zuiderzee, al voor de Tweede Wereldoorlog begonnen, heeft daarmee een voorlopig einde gevonden.
21e eeuw
In 2002 verving Nederland de eigen munt, de gulden, samen met twaalf van de vijftien toenmalige leden van de EU door de Europese munt, de euro.
Evenals Frankrijk verwierp Nederland in een referendum in 2005 het EU-voorstel voor een Europese grondwet.
Nieuwe infrastructurele mega-projecten die gereed kwamen of binnenkort zullen komen, zijn de Betuweroute, een zeer moderne goederenspoorlijn van de Rotterdamse havens naar het Duitse achterland (gereedgekomen in 2007), en de HSL-Zuid, de hogesnelheidslijn die van Amsterdam via Breda naar Parijs voert.
Geografie
Fysieke kenmerken
Nederland wordt in zijn fysieke verschijningsvorm in hoofdzaak door twee factoren bepaald. De eerste betreft de ligging. Zoals de naam van het land al aangeeft [8], is Nederland laag gelegen. Ongeveer 40 % van het land, waaronder grote delen van het dichtbevolkte en economisch belangrijke westen, ligt beneden de waterspiegel N.A.P.. Nederland ligt in de delta van vier grote rivieren, de Rijn, de Maas, de Schelde en de IJssel.
De tweede factor is de bevolkingsdichtheid. Nederland hoort tot de top-drie van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Dit heeft grote gevolgen voor het gebruik van de ruimte. Het land bezit geen grote metropool, maar in de westelijke provincies zijn de vier grootste steden geconcentreerd. Daartussen en daaromheen ligt een kransvormige ring van middelgrote plaatsen, die tezamen de zogeheten Randstad vormen. Ongeveer 40% van de landelijke bevolking is hier op een klein oppervlak geconcentreerd, rond een betrekkelijk open ruimte, het zogeheten Groene Hart. Ook in andere provincies, met name Noord-Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel, is de verstedelijking sterk.
Nederland bezit mede als gevolg hiervan een zeer dichte infrastructuur. Het autowegen- en spoorwegnet kunnen de groeiende verkeersdruk echter steeds minder goed verwerken.
Klimaat
Nederland heeft een gematigd zeeklimaat met milde winters en koele zomers. Het klimaat wordt beïnvloed door de aanliggende Noordzee die het gehele jaar de temperatuur matigt. In het noorden is de temperatuur gemiddeld over het gehele jaar iets lager dan in het zuiden. De kustprovincies in het zuidwesten, westen en noorden hebben in de herfst- en wintermaanden doorgaans zachter weer dan het oosten en noordoosten. In de zomer zijn het oosten van Brabant en uiterste noorden van Limburg de gemiddeld warmste plekken. De gemiddeld koudste maand is in de meeste plaatsen januari, de warmste maand juli. In laatste jaren steeg de gemiddelde temperatuur in Nederland dat door een meerderheid van klimatologen geweten wordt aan opwarming van de Aarde.
De zonnigste delen van Nederland zijn het westen van Zeeland, het noordwesten van Noord-Holland inclusief het eiland Texel met ca. 1600-1700 zonuren (De Bilt: ruim 1500 uren). Gemiddeld valt er circa 790 mm. regen per jaar. Het natst is gemiddeld de omgeving van Beekbergen (provincie Gelderland, ten zuiden van Apeldoorn) met meer dan 900 mm, het droogst het centrale deel van Limburg met minder dan 700 mm. Het regent slechts ongeveer 7% van de tijd. Onderstaande gegevens zijn afkomstig van het KNMI-weerstation in De Bilt, en zijn gemiddelden van metingen tussen 1971 en 2000.
| maand | jan | feb | mar | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec | jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| gemiddeld hoogste temp. (°C) | 5,2 | 6,1 | 9,6 | 12,9 | 17,6 | 19,8 | 22,1 | 22,3 | 18,7 | 14,2 | 9,1 | 6,4 | 13,7 |
| gemiddeld laagste temp. (°C) | 0,0 | -0,1 | 2,0 | 3,5 | 7,5 | 10,2 | 12,5 | 12,0 | 9,6 | 6,5 | 3,2 | 1,3 | 5,7 |
| gemiddelde temp. (°C) | 2,8 | 3,0 | 5,8 | 8,3 | 12,7 | 15,2 | 17,4 | 17,2 | 14,2 | 10,3 | 6,2 | 4,0 | 9,8 |
| gemiddelde neerslag (mm) | 67 | 48 | 65 | 45 | 62 | 72 | 70 | 58 | 72 | 77 | 81 | 77 | 793 |
| gemiddeld aantal uren zon | 52 | 79 | 114 | 158 | 204 | 187 | 196 | 192 | 133 | 106 | 60 | 44 | 1524 |
Demografie
Bevolking
Nederland heeft 16.428.360 (2008) inwoners, en is met 395,6/km² (2008) een van de dichtstbevolkte landen ter wereld.
Vergeleken met de rest van Europa is de Nederlandse bevolking relatief snel gegroeid: 3 miljoen in 1850, 5 miljoen in 1900, 10 miljoen in 1950, 16 miljoen in 2000 [9]. Ter vergelijking: de Belgische bevolking evolueerde van de helft méér dan Nederland (4,5 miljoen in 1850) tot ruim een derde minder (10 miljoen in 2000).
In Nederland wonen twee erkende bevolkingsgroepen. Naast de Nederlanders zijn sinds 2005 de Friezen erkend als nationale minderheid onder het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden.
Nederland heeft door de eeuwen heen een grote instroom van allochtone bevolkingsgroepen gehad, die in meer of mindere mate geïntegreerd en geassimileerd zijn.
.
| Aspect | Groep | absoluut | relatief | Peildatum |
|---|---|---|---|---|
| Bevolkingsomvang | ||||
| mannen | 8.078.888 | 49,5% van de totale bevolking | juni 2006 | |
| vrouwen | 8.256.621 | 50,5% van de totale bevolking | juni 2006 | |
| totaal | 16.335.998 | De totale bevolking | juni 2006 | |
| Aantal allochtonen | westers | 1.428.968 | 8,8% van de totale bevolking | 2006 |
| niet-westers | 1.722.534 | 10,5% van de totale bevolking | 2006 | |
| totaal | 3.151.502 | 19,3% van de totale bevolking | 2006 | |
| Bevolkingsgroei | totaal | 29.983 | 1,8‰ per jaar | 2006 |
| Verstedelijking | totaal | 41,5% | ||
| Levensverwachting | mannen | 75,55 jaar | 49,5% van de totale bevolking | 2001 |
| vrouwen | 81,44 jaar | 50,5% van de totale bevolking | 2001 | |
| gemiddeld | 78,43 jaar | De totale bevolking | 2001 |
Talen
De officiële landstaal in Nederland is het Nederlands. Het Fries is echter in de provincie Friesland een officiële taal, naast het Nederlands.
Twee regionale talen genieten erkenning onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden:
- het Nedersaksisch met de dialecten Gronings, Drents, Stellingwerfs, Sallands, Twents, Veluws en Achterhoeks;
- het Limburgs dat wordt gesproken in de Nederlandse provincie Limburg.
Een groot deel van de Nederlandse bevolking spreekt één of meer allochtone talen. Verantwoordelijk hiervoor is het uitgebreide taalonderwijs, het contact met buurlanden en de aanwezigheid van allochtonen zelf.
Engels, Duits en Frans worden door veel Nederlanders als tweede taal gesproken. Veel allochtonen van de eerste en tweede generatie spreken nog hun oorspronkelijke taal. Daardoor zijn er nog grote groepen Nederlanders die Indonesisch, Hindi, Ambonees, Papiaments, Surinaams, Turks, Berbertalen, Marokkaans-Arabisch, Kantonees, Koerdisch, Kaapverdiaans en Vietnamees spreken.
Religie
Nederland, van oudsher een christelijk land, is tegenwoordig een van de meest ontkerkelijkte landen in Europa. Per 31 december 2005 had meer dan 48 procent dus bijna de helft van de bevolking officieel geen religie. In het noorden en westen zijn de niet-gelovigen in de meerderheid, terwijl katholieken de meerderheid vormen in de twee zuidelijke provincies (Noord-Brabant en Limburg).
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid maakte in het in december 2006 verschenen rapport Geloven in het publieke domein[3]een overzicht van de ledentallen van de verschillende religies in Nederland. De navolgende cijfers over religies in Nederland en hun aanhang in Nederland zijn ontleend aan dit rapport (cijfers per 31 december 2005):
- Christendom (7.132.000 leden, 43,7 procent)
- De rooms-katholieke Kerk (4.406.000 leden, 27,0 procent)
- Protestantisme (2.570.000 leden, 15,7 procent)
- De protestantse Kerk in Nederland (1.944.000 leden, 11,9 procent)
- Orthodox gereformeerde kerken (238.000 leden, 1,4 procent)
- Bevindelijk gereformeerde kerken (221.000 leden, 1,4 procent)
- Evangelische en pinksterkerken (148.000 leden, 0,9 procent)
- Vrijzinnige kerken (19.000 leden, 0,1 procent)
- Overige kerkgenootschappen (156.000 leden, 1,0 procent)
- Overige religies
- Het hindoeïsme (ongeveer 157.500 leden (100.000–215.000), ongeveer 1,0 procent)
- Het boeddhisme (170.000 leden, 1,0 procent)
- Het jodendom (43.000 leden, 0,3 procent).
- Gebaseerd op CBS gegevens is het aantal moslims volgens het WRR:
- De islam (944.000 leden , 5,8 procent) *
- Turkse moslims (428.000 leden, 2,6 procent)
- Marokkaanse moslims (296.000 leden, 1,8 procent)
- Overige moslims o.a Irakezen, Tunesiërs (220.000 leden, 1,3 procent)
N.B. Nederland had in totaal per 31 december 2005 16.334.000 inwoners.
- *In oktober 2007 publiceerde het CBS gegevens waaruit blijkt dat er niet bijna een miljoen, maar tussen de 877.000 (in 2005) en 837.000 (in 2006) moslims in Nederland zijn, gemiddeld 5,3% van de bevolking. De recente afname in een jaar met 40.000 moslims noemt het CBS niet significant. Turken (325.000) en Marokkanen (260.000) vormen de grootste groepen moslims. Dan volgen de Surinamers met 34.000.Het CBS meldt dat er 12.000 autochtone islamieten zijn. [10]
In 2006 is het aantal katholieken afgenomen naar 26,6 % (of 0,4 procent) en door de herziene CBS methodiek is ook het aantal moslims afgenomen met 0,5 procent. Verder is ook het aantal PKN leden afgenomen met 0,6 %. Bij gelijkblijvende grootte van de andere religieuze groeperingen is dan te becijferen dat per 31 december 2006 het aantal mensen zonder religie in Nederland is toegenomen tot ongeveer 50 procent.